Benedictusoratorium

Benedictus, man van vrede

Koperen Jubileum De Kovel - 120 jaar Keizersberg

Libretto: Dirk Hanssens osb
Muziek: Peter Pieters

Het oratorium Benedictus, man van vrede is een compositie die in 1999 aan de werktafel van Peter Pieters ontstond. Het werd geschreven ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de abdij Keizersberg in Leuven, en viert dit jaar zijn 20ste verjaardag. De redactieleden van de periodiek De Kovel programmeren drie uitvoeringen van dit muziekwerk voor gemengd koor en kamerorkest voor de viering van het koperen jubileum van hun blad. De eerste uitvoering in Leuven sluit het jubeljaar ‘120 jaar Keizersberg’ af.

Het schilderachtige libretto van het oratorium is van de hand van Dirk Hanssens osb, hoofdredacteur van De Kovel. De tekst biedt meer dan een loutere samenvatting van het levensverhaal van Benedictus van Nursia, de schutsheilige van Europa. Het libretto beslaat 15 taferelen, wordt voorafgegaan door een proloog en besloten met een epiloog. Elk tafereel heeft zijn eigen karakter en sfeer. Die sfeer vertaalt zich in de partituur van Peter Pieters die daarvoor gebruikt maakt van een gemengd koor, een jongerenkoor, een sopraan-, tenor- en baritonsolo, een recitant en een instrumentaal ensemble bestaande uit hout- en koperblazers, slagwerk en orgelpositief.

De rode draad doorheen het werk is het levensverhaal van Benedictus, zoals paus Gregorius de Grote het optekende. Benedictus ondernam een tocht vanuit Nursia, zijn geboortestad, naar Rome. Zijn vlucht uit Rome, stad van verderf, en het zoeken naar inkeer en afzondering in Effide en Subiaco doen zijn roeping rijpen. Benedictus krijgt volgelingen, maar ook afgunst en jaloezie vallen hem te beurt. Uiteindelijk geeft hij het nutteloze gevecht tegen de kwade machten op als hij merkt dat iemand hem probeert te vergiftigen. Een lastige reis door het gebergte brengt hem en zijn leerlingen op de top van de mythische Monte Cassino, waar ze tussen de ruïnes van de heidense tempels hun monastieke leven hervatten. Hier schrijft Benedicus zijn Regula Monachorum, de levensregel voor monniken en het begin van een bloeiende kloosterorde.

Dit levensverhaal is opgesmukt met citaten uit de Regula en met een snoer van ‘wonderverhalen’, die van het geheel een boeiend, bijna filmisch luisterspel maken. De muziek sluit daar op impressionistische, soms ook expressionistische manier bij aan. De partituur vraagt van de uitvoerders grote technische beheersing en inlevingsvermogen om in elk tafereel de juiste sfeer op te roepen. Zo is de muzikale toon, het ritme, het instrumentarium en de dynamiek eerder opzwepend, zelfs ietwat gewelddadig, als de bezweringsformule uit de medaille van Benedictus in het libretto voorkomt: Crux sacra sit mihi lux. Non draco sit mihi dux. Vade retro satane! (Dat het heilig kruis mij een licht weze. Dat niet de draak mijn gids weze. Ga hier vandaan, satan!) In schril contrast hiermee staat het daaropvolgende deel: enkele kinderstemmen zingen vanuit een ijle, mistige verte, eenstemmig, met enkel orgelbegeleiding: Het moet in alle vroegte zijn geweest, net als toen… Een verwijzing naar de paasmorgen.

Het Benedictusoratorium belooft zijn luisteraars een ongemeen boeiende ontdekkingstocht in de mysterieuze, soms ronduit aardse, op sommige punten zelfs ludieke, maar altijd hoogspirituele wereld van “Benedictus, man van vrede, mens van licht, heilige hierboven”.


Abdij Keizersberg © 2019 Alle rechten voorbehouden.